← Het overvolle schip

66 miljoen jaar in twee grafieken

De atmosfeer van nu kent de aarde al zo'n veertien miljoen jaar niet meer.

Na de dinosauriërs steeg het CO₂ in de atmosfeer eerst, tot een piek rond 50 miljoen jaar geleden. Daarna daalde het, heel langzaam, en de aarde koelde mee af. Heel de menselijke geschiedenis speelde zich af in de koude, lage band rechts. Kijk dan naar het ingezoomde stuk: 175 jaar meten.

CO₂ en temperatuur

Links 66 miljoen jaar, rechts ingezoomd op 1850 tot 2025, jaar voor jaar gemeten. Beweeg over de grafiek voor de waarden.Tik op de grafiek voor de waarden.

CO₂ en temperatuur over 66 miljoen jaarCO₂ steeg tot circa 1600 ppm rond 50 miljoen jaar geleden en daalde daarna tot onder 280 ppm. De temperatuur volgde: circa 13 graden warmer dan pre-industrieel rond 50 miljoen jaar geleden, circa 3 graden kouder in het ijstijdperk. In 2025: 427 ppm en 1,41 graden warmer (HadCRUT5; de WMO komt op 1,44).
Gekleurde band: 95 procent onzekerheid. Lijn: middenwaarde. Temperatuur is het wereldgemiddelde ten opzichte van 1850-1900 (toen circa 14 °C); de WMO, die zes datareeksen middelt, komt voor 2025 op 1,44 °C. De geologische waarden zijn gemiddelden over blokken van 500.000 jaar; korte pieken, zoals de hitte van 56 miljoen jaar geleden en de afzonderlijke ijstijden, vallen daardoor weg.
Wat deze grafiek niet laat zien

De grafiek toont alleen CO₂ en temperatuur, gemiddeld per half miljoen jaar. De andere gassen en de waterdamp zitten verstopt in de temperatuurlijn, want ze bewegen mee.

De grafiek is geen voorspelling. Over miljoenen jaren groeide of smolt ook het ijs, en dat versterkte alles. Daarom hoort hier 5 tot 8 graden bij een verdubbeling van CO₂. Voor deze eeuw rekent het IPCC met ongeveer 3 graden.

Niet overal lopen de lijnen gelijk op. Soms koelde de aarde af zonder dat het CO₂ duidelijk daalde. Dat is nog een open vraag.

De hittepiek van 56 miljoen jaar geleden zie je niet. In korte tijd kwam er enorm veel koolstof vrij, waarschijnlijk door vulkanen, en het werd minstens 5 graden warmer. De piek duurde te kort voor deze grafiek.

Wie draait er aan de thermostaat?

CO₂ is niet het enige dat de temperatuur bepaalt. Hieronder staan de spelers, en hoe hard elk duwt. De maat is watt per vierkante meter: hoeveel extra warmte er op elk stukje aarde blijft hangen. Eén watt per vierkante meter lijkt weinig. Maar tel het op over de hele aarde, en het is vijfentwintig keer zoveel energie als de hele mensheid gebruikt.

← koelerwarmer →

CO₂: de knop

50 miljoen jaar geleden leverde het extra CO₂ ongeveer 10 watt op, miljoenen jaren lang. De mens heeft er sinds 1750 ongeveer een kwart van bijgezet, in nog geen drie eeuwen.

miljoenen jaren+10
sinds 1750+2,4

Waterdamp en wolken: de versterker

Waterdamp houdt de meeste warmte vast, maar regent na ongeveer negen dagen uit. Hoeveel er in de lucht zit, hangt af van de temperatuur. Het volgt dus, en versterkt: elke opwarming wordt ongeveer 1,7 keer zo groot.

× 1,7 op alles wat CO₂ doet

Methaan, lachgas en andere gassen: de bijrijders

Kleine hoeveelheden, maar per deeltje sterk. Samen ongeveer een derde van de extra warmte door broeikasgassen.

sinds 1750+1,2

De zon: tegenwind

In 66 miljoen jaar werd de zon iets feller, terwijl de aarde afkoelde. Sinds 1750 veranderde ze vrijwel niets. Satellieten meten haar sinds 1978: geen stijging, terwijl de aarde opwarmde.

miljoenen jaren+1
de andere kant op dan de grafiek
sinds 17500,01

Vulkanen: een korte klap

Een grote uitbarsting werkt als een zonnescherm. Pinatubo maakte de aarde in 1992 een halve graad koeler. Na twee à drie jaar was het voorbij. Het CO₂ van alle vulkanen samen is ongeveer een honderdste van wat de mens uitstoot.

één jaar−1,8

IJs: het decor

Wit ijs kaatst zonlicht terug. Veel ijs houdt de aarde koel, en dat houdt het ijs in stand.

laatste ijstijd−3,4

CO₂ en zeespiegel

Zeespiegel in meters ten opzichte van nu. Beweeg over de grafiek voor de waarden.Tik op de grafiek voor de waarden.

CO₂ en zeespiegel over 66 miljoen jaarZonder ijskappen stond de zee tot circa 60 tot 75 meter hoger dan nu. Toen Antarctica 34 miljoen jaar geleden bevroor, daalde de zee. In de ijstijden van het laatste miljoen jaar stond de zee gemiddeld tientallen meters lager. Sinds 1900 steeg de zee 22 centimeter. Een gearceerde band rechts toont waar de zee na vele duizenden jaren kan uitkomen als het CO₂ zo hoog blijft: 5 tot 25 meter hoger, zoals drie miljoen jaar geleden, toen er minder CO₂ was maar het warmer was.
Zeespiegel: gladgestreken reeks, dus afzonderlijke ijstijden en korte warme pieken (zoals die van 3 miljoen jaar geleden, toen de zee volgens dezelfde onderzoekers zo'n 20 meter hoger stond) zijn afgevlakt. Gestreept deel: ouder dan 48 miljoen jaar, volgens de onderzoekers onzeker. De stijging van 22 centimeter sinds 1900 is op deze schaal nauwelijks te zien. Zo traag reageert de zee: eerst warmt het zeewater op en smelten de berggletsjers, pas daarna de grote ijskappen, en dat duurt eeuwen tot millennia. Drie miljoen jaar geleden zat er minder CO₂ in de atmosfeer dan nu, maar was het 2,5 tot 4 graden warmer, en stond de zee 5 tot 25 meter hoger. De gearceerde band rechts toont waar de zee na vele duizenden jaren kan uitkomen als het CO₂ zo hoog blijft. De 2 tot 3 meter hieronder is de tussenstand na 2000 jaar. De ijsvrije zee van 50 miljoen jaar geleden hoorde bij een veel hoger CO₂.
Wat deze grafiek niet laat zien

De lijn toont hoeveel water als ijs op land lag. Waar de kust lag, toont hij niet: ook de oceaanbodems veranderden van vorm, en dat maakte soms evenveel uit. Toen Antarctica 34 miljoen jaar geleden bevroor, daalde de zee tientallen meters.

Waarom de zee zo traag reageert

Water zet uit als het warmer wordt. Per meter water is dat bijna niets, maar de oceaan is kilometers diep en neemt 91 procent van alle extra warmte op die de aarde vasthoudt. Van de 20 centimeter die de zee tussen 1901 en 2018 steeg, kwam 38 procent alleen van die uitzetting. Nog eens 41 procent kwam van smeltende berggletsjers. De rest, ongeveer een vijfde, kwam vooral van de grote ijskappen van Groenland en Antarctica.

Zet daar de voorraden naast. Alle berggletsjers van de wereld samen kunnen de zee hooguit 32 centimeter laten stijgen. Groenland bevat genoeg ijs voor 7,4 meter, Antarctica voor 58 meter. De stijging van nu komt dus vooral uit de kleinste bronnen. De twee reuzen zijn nog maar net begonnen, en zij bepaalden in het verleden hoe hoog de zee stond.

Drie vragen die je nu misschien hebt

Tweeëntwintig centimeter in 125 jaar, dat valt toch mee?

Voor één eeuw klopt dat. Maar het tempo is sinds 1993 meer dan verdubbeld. 2024 was met bijna 6 millimeter een uitschieter, 2025 met minder dan 1 millimeter juist laag. Gemiddeld stijgt de zee nu ruim 4 millimeter per jaar. En wat we nu zien is het begin, niet het eind. Als de opwarming bij 1,5 graad blijft, stijgt de zee de komende 2000 jaar naar schatting 2 tot 3 meter.

Vroeger zat er veel meer CO₂ in de atmosfeer, en het leven ging door.

Dat klopt. De aarde redt het wel. Maar bij elk CO₂-niveau hoorde een andere wereld, met een andere kustlijn. En er is een kanttekening die eerlijk gezegd moet worden: 125.000 jaar geleden stond de zee 6 tot 9 meter hoger, terwijl er minder CO₂ in de atmosfeer zat dan in 1900. Toen maakte een kleine verschuiving in de baan van de aarde de poolgebieden warmer. De zee volgt dus niet het CO₂ zelf, maar de warmte, en die heeft tijd nodig. Nu komt die extra warmte van broeikasgassen, en CO₂ is daarvan de grootste.

Als we stoppen met uitstoten, zakt het CO₂ dan niet vanzelf terug?

Deels. In een paar eeuwen neemt de oceaan het meeste op, maar 20 tot 35 procent blijft eeuwen tot duizenden jaren in de atmosfeer. En een ijskap die eenmaal weg is, groeit niet vanzelf terug. West-Antarctica komt pas terug als het kouder wordt dan vóór de industrie.

Hoe weten we dit? Er stond 66 miljoen jaar geleden geen thermometer.

Waar het ijs ophoudt

IJskernen zijn het enige archief waarin oude lucht letterlijk bewaard is gebleven, in belletjes. Een doorlopende reeks gaat terug tot ongeveer 800.000 jaar (EPICA Dome C, Antarctica). Daarvoor zijn er alleen losse stukken heel oud ijs van enkele miljoenen jaren. Deze pagina gebruikt ijs waar het kan: het CO₂ van 1850 tot 1958 komt uit de Law Dome-ijskern. Voor de 66 miljoen jaar daarvoor kan het niet. Je leest een ijsvrije wereld niet af uit ijs dat er toen niet was.

De oceaanbodem als archief

Sinds 1968 halen boorschepen kernen op uit de diepzee. Daar zakt elk jaar een dun laagje slib neer, vol kalkschelpjes van eencellige diertjes, foraminiferen. Elk schelpje legt de toestand van het zeewater vast op het moment dat het groeide. De verhouding tussen zwaar en licht zuurstof in die kalk hangt af van de watertemperatuur en van hoeveel water er als landijs vastligt. Het magnesiumgehalte van dezelfde schelpjes is een tweede, onafhankelijke thermometer. Zo haal je die twee effecten uit elkaar. Op die manier, aangevuld met gegevens van de randen van de continenten, maakten Miller en collega's de zeespiegelcurve: wat niet door temperatuur komt, komt door ijs.

CO₂ zonder luchtbelletjes

Zo'n negentig onderzoekers uit zestien landen werkten zeven jaar aan het toetsen van alle CO₂-methodes (CenCO₂PIP). Van de oude schattingen bleek maar ongeveer een kwart volledig onderbouwd. Wat overbleef, komt vooral uit vier bronnen: boor in kalkschelpjes, dat de zuurgraad van het zeewater vastlegt; vetten van algen; het aantal huidmondjes in fossiele bladeren, want bij veel CO₂ heeft een plant er minder nodig; en kalkknollen in oude bodems.

Bewijs dat je kunt vastpakken

Naast de chemie liggen er fossielen die er niet hadden kunnen liggen als het koud was geweest. Alligators en landschildpadden op Ellesmere Island, hoog in Noord-Canada. Pollen van palmen van 52 miljoen jaar oud in een boorkern voor de kust van Antarctica. Massa's van het zoetwatervarentje Azolla in de bodem van de Noordelijke IJszee.

Hoe oud een laag is

Dat lees je af aan omkeringen van het aardmagnetisch veld die in het gesteente zijn vastgelegd, aan vulkanische aslagen die je kunt dateren, en aan de vaste ritmes van de aardbaan, die als jaarringen in de lagen zitten.

De kanttekening

Dit zijn allemaal indirecte metingen, en de onzekerheid groeit naarmate je verder terugkijkt. Daarom staan er banden om de lijnen. De kracht zit in de convergentie: chemie, biologie en geologie komen onafhankelijk van elkaar op hetzelfde beeld uit.

Bekijk de waarden als tabel
WanneerCO₂ (ppm)Temperatuur (°C t.o.v. 1850-1900)Zeespiegel (m t.o.v. nu)

Bronnen

  • CO₂ en temperatuur, 66 miljoen jaar: CenCO₂PIP Consortium (Hönisch e.a. 2023), Toward a Cenozoic history of atmospheric CO₂, Science 382. Modeluitvoer: SPATIAL-Lab/CenoCO2 v1.2 (500kyrCO2.csv, 500kyrTemp.csv).
  • Zeespiegel, 66 miljoen jaar: Miller e.a. 2020, Cenozoic sea-level and cryospheric evolution, Science Advances 6. Dataset: PANGAEA 923139 (gladgestreken reeks).
  • CO₂ 1850-1958: Law Dome-ijskern, MacFarling Meure e.a. 2006 (spline), NOAA NCEI. CO₂ 1959-2025: NOAA/Scripps, Mauna Loa jaargemiddelden (2025: 427,35 ppm).
  • Temperatuur 1850-2025: Met Office Hadley Centre, HadCRUT5.1, jaargemiddelden, omgerekend naar het gemiddelde van 1850-1900. Ter controle: WMO, 2025: 1,44 ± 0,13 °C.
  • Herkomst van de stijging 1901-2018 en warmteopname oceaan (91%): IPCC AR6 WG1, hoofdstuk 9 en hoofdstuk 7 (samenvatting). Het restant (±21%) is 100 min 38 min 41 en komt vooral van de ijskappen; er zit ook de verandering in waterberging op land in, zoals stuwmeren (Frederikse e.a. 2020).
  • IJsvoorraden: berggletsjers Farinotti e.a. 2019 (0,32 ± 0,08 m); Groenland BedMachine v3, Morlighem e.a. 2017 (7,42 m); Antarctica BedMachine, Morlighem e.a. 2020 (57,9 m).
  • Drie vragen: tempo 2024 en verdubbeling sinds 1993, NASA JPL 2025; 2 tot 3 m in 2000 jaar bij 1,5 °C, IPCC AR6 SPM B.5.4; broeikasgassen als hoofdoorzaak van de opwarming, IPCC AR6 SPM A.1.3 en figuur SPM.2; zeespiegel 125.000 jaar geleden 6 tot 9 m hoger, Dutton e.a. 2015; CO₂ in die periode 268-286 ppm (in 1900: 296), Bereiter e.a. 2015; 20 tot 35 procent van de CO₂ blijft na 2 tot 20 eeuwen in de atmosfeer, Archer e.a. 2009; West-Antarctica groeit pas terug bij minstens 1 °C onder pre-industrieel, Garbe e.a. 2020; zeespiegelstijging 2025 en gemiddeld tempo, NASA JPL 2026; zeespiegel drie miljoen jaar geleden 5 tot 25 m bij 2,5 tot 4 °C, IPCC AR6 SPM B.5.4; CO₂ 14 miljoen jaar geleden voor het laatst zo hoog als nu, CenCO₂PIP, persbericht 2023.
  • Hoe weten we dit: CenCO₂PIP-consortium, circa negentig onderzoekers uit zestien landen, zeven jaar, toetsing van de CO₂-methodes (persbericht 2023 en Hönisch e.a. 2023); zeespiegel uit diepzee-geochemie en continentranden, Miller e.a. 2020; palmpollen Wilkes Land, Pross e.a. 2012; Azolla in de Noordelijke IJszee, IODP-expeditie 302 (2004), Sluijs e.a. 2008; alligators en schildpadden op Ellesmere Island, Eberle e.a. 2010; oud ijs uit de Allan Hills, PMC12595499.
  • Wie draait er aan de thermostaat: CO₂ door de mens 2,37 W/m² (1750-2025), Forster e.a. 2026, Earth System Science Data; CO₂, methaan (0,54), lachgas (0,21), halogeengassen (0,41) en zon (0,01) 1750-2019, IPCC AR6 WG1 hoofdstuk 7, tabel 7.8; CO₂ vroeg Eoceen (1150-2500 ppm) circa +8 tot +12 W/m², eigen berekening met de IPCC-formule; waterdamp blijft circa 9 dagen in de lucht, van der Ent en Tuinenburg 2017; versterking door waterdamp circa 1,7 keer, afgeleid uit IPCC AR6 tabel 7.10; zon circa 0,4 procent feller over 66 miljoen jaar, circa 1 W/m², Hansen e.a. 2013; Pinatubo 1992 -1,79 W/m² en ongeveer 0,5 °C afkoeling, IPCC AR6 en USGS; vulkanen 0,3 tot 0,4 miljard ton CO₂ per jaar, Deep Carbon Observatory 2019, tegen 42 miljard ton door de mens in 2025, Global Carbon Budget 2025; ijs in de laatste ijstijd circa -3,4 W/m², Hansen e.a. 2013; 1 W/m² over de hele aarde circa 510 TW, wereldenergiegebruik 2023 620 EJ (circa 20 TW), Energy Institute, eigen berekening.
  • Wat de grafieken niet laten zien: 5 tot 8 °C per verdubbeling over het hele aardsysteem, Hönisch e.a. 2023; circa 3 °C voor deze eeuw, IPCC AR6 SPM; hittepiek 56 miljoen jaar geleden minstens 5 °C, Gutjahr e.a. 2017 en Berndt e.a. 2023; vorm van de oceaanbodems, IPCC AR6 WG1 hoofdstuk 2.
  • Zeespiegel 1900-2018: Frederikse e.a. 2020, The causes of sea-level rise since 1900, Nature 584, dataset. 2019-2024: satellietmetingen, NOAA Laboratory for Satellite Altimetry, aangesloten via de overlap 1993-2018. Ter controle: IPCC AR6, 0,20 m tussen 1901 en 2018.
© Paul Rollman · Privacy