Groei tegen grondstoffen
Tussen 1970 en 2020 groeide het gebruik van grondstoffen van 30 naar 106 miljard ton per jaar. In dezelfde tijd werd de economie per euro zuiniger met materiaal. Het een heft het ander niet op, omdat de economie veel harder groeide dan ze zuiniger werd.
Dit is de Jevons-paradox op het niveau van de hele wereld. Hieronder zie je hoe groei, zuiniger worden en recycling samen bepalen hoeveel er uit de grond moet komen.
Dit is een denkmodel, geen meting. Het rekent uit wat er volgt uit de getallen die je zelf instelt. De beginstand komt uit gemeten cijfers; bij elke knop staat waar die vandaan komen.
Drie lijnen over vijftig jaar, alle drie beginnend bij 100: hoe groot de economie wordt, hoeveel materiaal ze nodig heeft, en hoeveel daarvan nieuw uit de grond moet komen.
De beginstand is hoe het tussen 1970 en 2020 werkelijk ging: 3,1 procent groei per jaar, en elk jaar ongeveer een half procent minder materiaal per euro.
Het rekent met gemiddelden. In werkelijkheid groeit de economie niet elk jaar even hard, en verschilt het sterk per land en per grondstof.
Recycling is hier ruim genomen. Gerecycled materiaal komt uit wat jaren geleden in gebruik werd genomen: gebouwen, auto's, kabels. Groeit de vraag, dan is het afval van gisteren altijd kleiner dan de vraag van vandaag. Daarom kan recycling de nieuwe winning wel afremmen, maar bij groei nooit helemaal vervangen.
Dat de lijnen uit elkaar lopen heet relatieve ontkoppeling: de economie groeit sneller dan haar materiaalgebruik. Dat gebeurt vaak. Dat het materiaalgebruik zelf daalt terwijl de economie groeit, absolute ontkoppeling, is in een overzicht van ruim achthonderd studies zelden en alleen tijdelijk gevonden, en nooit in het tempo dat nodig is.
← Terug naar het begin: een zuinigere auto
Bronnen