Zuiniger is niet minder
In 1865 zag de Engelse econoom William Stanley Jevons iets vreemds. De stoommachine was in negentig jaar ongeveer tien keer zuiniger geworden, en toch stookte Engeland meer steenkool dan ooit. Zuiniger stoken maakte stoomkracht goedkoop, en goedkope stoomkracht vond overal een toepassing.
Een kleinere versie van hetzelfde mechanisme zie je vandaag bij iets alledaags als een auto. Hieronder reken je het zelf uit.
Dit is een denkmodel, geen meting. Het rekent uit wat er volgt uit de getallen die je zelf instelt. De merktekens op de schuif komen uit gemeten cijfers; onderaan staat waar.
Je rijdt 10.000 kilometer per jaar in een auto die 1 op 15 rijdt. Dat kost je 667 liter brandstof per jaar. Dat is de beginstand. Volg de twee stappen hieronder.
Stap 1 Je koopt een zuinigere auto
Stap 2 Rijden wordt goedkoper, dus je rijdt meer
Wat je per jaar verbruikt
Hoe de terugslag je verbruik bepaalt
19 procent: zo groot was de terugslag gemiddeld bij autorijden in Groot-Brittannië, met een bandbreedte van 9 tot 36 procent. Wie zuiniger rijdt, rijdt iets meer, maar houdt het grootste deel van de besparing over.
50 procent: voor de economie als geheel is de terugslag groter. Het geld dat je bespaart op brandstof geef je uit aan iets anders, en ook dat kost energie. Een overzicht van het onderzoek concludeert dat zo meer dan de helft van de verwachte energiebesparing verdwijnt.
100 procent en hoger: dan bespaart zuiniger niets meer, of stijgt het verbruik zelfs. Dat is wat Jevons zag bij steenkool in de negentiende eeuw. Hij beperkte die conclusie zelf uitdrukkelijk tot de industrie. Voor één auto komt het onderzoek niet zo hoog uit.
Verder: wat dit voor de hele wereldeconomie betekent →
Bronnen